vrijdag 29 mei 2015

Dag 63: Roncevalles - Larrasoaña (27,4 km - 1536 km)

Een nieuwe ervaring, met een 50-tal pelgrims op één slaapzaal. Vanaf 3 – 4 uur ’s morgens begint de processie naar de toiletten. De deur slaat telkens met een harde klap dicht = wakker. Gevolg, vanaf dan slaap ik nog gefragmenteerd, maar om 5u30 ben ik klaar wakker. De zenuwachtigheid neemt toe, mensen gaan douchen, zich wassen, beginnen rond te lopen, gefriemel met plastieken zakjes, redenen genoeg om niet meer te slapen. Ik doe dus mee met de meute en sta al om goed zes uur klaar om te vertrekken. Toch neem ik nog rustig mijn ontbijt zodat ik om 6u35 de abdij van Roncevalles verlaat. En ik ben zeker niet de eerste, velen zijn al voor mij vertrokken.







Even verder stop ik aan de eerste winkel die ik tegenkom. In de winkel speelt volle bak klassieke muziek, is het om de pelgrims wakker te maken of moet de winkelier een zetje krijgen, ik weet het niet, maar de muziek werkt wel uitnodigend. Ik koop een banaan, een appel, een pakje chorizo en ik bestel een brood. De winkelier kondigt aan dat het brood gratis is. Dus dat is meegenomen. Misschien is het brood van gisteren maar dat zal ik nauwelijks proeven.






 De weg is gemakkelijk te volgen. Bij wijze van spreken de autosnelweg naar Santiago. Daarmee bedoel ik dat ik net hetzelfde gevoel heb als ik op de autosnelweg in Frankrijk rijd. De weg is veilig, goed afgeschermd en je ziet niets van de omgeving. Zo vergaat het ook ons. Ondanks het feit dat de meeste pelgrims de weg ‘awesome ‘vinden, zijn wij, die al wat kilometers ervaring hebben in Frankrijk toch wat ontgoocheld. Ik heb een Wizard of Oz – gevoel op de mooi betegelde paden en verwacht elk moment een blikken man of een brullende leeuw, of een vogelverschrikker te zien verschijnen. Maar neen, ik ben in Spanje, op de camino richting Santiago.





In Burgette neem ik een eerste korte pauze in de plaatselijke café. Ik stel vast dat een thee één euro minder kost dan in Frankrijk. Sommige mensen zijn ontgoocheld dat ze bij hun koffie geen suiker of melk krijgen, maar ja, je bent hier in Spanje, dan moet je maar café con leche bestellen.






Ik was van plan om in Zubiri te stoppen (na 21 km), maar om goed 11u30 ben ik er al, veel te vroeg om in in checken in de alberge. Ik neem mijn middagpauze daar, maar besluit toch verder te gaan naar het volgende dorp, op zowat 5,6 km.























 Om 14 uur kom ik aan in Larrasoaña na 27,4 kilometers. Mijn voeten houden goed stand in de nieuwe schoenen, maar na de douche stel ik toch vast dat ik een blaar heb op mijn rechter hiel. Ik voel het nauwelijks. Het is eigenlijk mijn eerste blaar. Wij zien wel wat dat morgen geeft.



 Onderweg heb ik heel wat ontmoetingen, en blijkbaar zijn de Zuid-Afrikanen het meest toegankelijk. Met hen heb ik blijkbaar gemakkelijkst contact. Het Frans is hier totaal verdwenen, Engels is nu de voertal geworden. Het is niet mijn beste taal, maar ik trek mijn plan.



In Larrasoaña heb ik plaats in de gemeentelijke herberg, eenvoudig maar proper. Ik ontmoet er veel volk die ik al ken of die ik herken van onderweg. Het is  vooral een Amerikaanse bedoening, leuk, maar naar de avond toe veel lawaai. Voor hen is  de camino één groot feest. Het zijn vooral jonge gasten die tussen hun studies door de camino komen lopen. Met enkelen heb ik een goed contact en adressen worden uitgewisseld. Je weet maar nooit dat je eens  de buurt bent.
Een nieuwe dag, niet te vergelijken met alle vorige. Alle dagen zullen anders zijn dan wat wij al hebben meegemaakt...


donderdag 28 mei 2015

Dag 62: Saint-Jean-Pied-de-Port - Roncevalles (25,7 km - 1508,6 km)

Vandaag de ultieme test van mijn nieuwe schoenen. Maar eerst even wachten tot de bakker open doet.
Ik was al vroeg wakker vandaag, in een dortoir is het altijd wat onrustiger en dan slaap ik ook wat minder vast. Om 6 uur sta ik op. Ik had gezien dat de bakker om 6u30 opende. Vandaag moet ik eten meenemen voor deze middag, morgenvroeg en morgenmiddag. Ik kan dus niet vertrekken voor ik brood heb. Murphy heeft mij liggen, de bakker opent pas om dik 7u20 waardoor het ontbijt in de refuge ook wat vertraging oploopt. Voor ik vertrek om 7u35 neem ik afscheid van Herman. Sinds Gargilesse hebben wij onze etappes op elkaar afgestemd en behalve één keer sliepen wij ook op dezelfde locaties. De laatste weken regelden wij onze reservaties samen, al was het meestal Herman die de telefoons voor zijn rekening nam. Wij konden goed met elkaar opschieten en voerden ook veel gesprekken over vanalles en nog wat. Herman wacht nu in St Jean op zijn echtgenote en samen zullen zij de weg naar Santiago afleggen. Ik wens hen hierbij alle geluk toe. En Herman, als je regelmatig mijn blog leest zul je wel wat tips vinden voor onderweg. Ik hoop je onderweg niet tegen te komen, want dat zou betekenen dat ik flinke pech heb gehad. Wij zien elkaar nog...



En dan ben ik weg, en ik zet er direct flink de pas in. Ik verlaat St Jean via de Porte d'Espagne. Deze morgen zijn er al vele pelgrims voor mij vertrokken, dat zie ik aan de lange sliert die voor mij uit beweegt. En het gaat direct flink bergop maar op een goed begaanbare weg (asfalt).













Na exact anderhalf uur ben ik al ter hoogte van de refuge d'Orisson op een hoogte van 770 meter. Op het terras is al iemand haar voeten aan het verzorgen met Compeed, de eerste blaren, en gelukkig niet bij mij.



Onderweg kom ik heel veel mensen tegen langs de kant van de weg, aan het prutsen aan kledij of rugzak, of schoenen. Je moet weten dat van wie hier bergopwaarts gaat ongeveer 90 % vertrekt vanuit St Jean, dus de eerste dag, en vaak zonder veel ervaring. Langs de kant van de weg zie ik een matrasje, een sjaal, tentpiketten, een kous, ... de doos met gevonden voorwerpen zal goed vol zitten. Ik neem toch een korte pauze aan d'Orisson om mijn voeten te inspecteren, en het valt goed mee. Zolang ik stijg voelen mijn voeten zich goed in de nieuwe schoenen, maar als de weg daalt, dan doen mijn tenen wat pijn. Mijn voet schuift wat naar voren. Een nieuw eksteroog, of moet ik likdoorn zeggen is zich aan het vormen aan de buitenkant van mijn kleine teen. Maar eigenlijk valt het goed mee. Na de refuge klimt het minder steil.







 Ondertussen verlaat ik het asfalt ter hoogte van het Croix Thibault, richting Col du Pic Leizar Atheka. Een plaatselijke schapenboer verkoopt hier zijn kaas (Breberie-schapen) en ook wat drankjes. Ik koop een stuk van die lekkere kaas voor morgen en laat mijn voeten nog wat drogen in de wind.






























 Het weer is schitterend. Blijkbaar heb ik geluk want het is de laatste dagen nog niet veel soeps geweest. De wolken hangen nog laag, maar de uitzichten zijn toch adembenemend. Dit is het echte werk, hiervoor doe je het (ook). Ik moet zeggen dat heel de weg zeer goed georganiseerd is. Overal genummerde palen voorzien van het noodnummer om in geval van, snel op de juiste plaats te kunnen ingrijpen.
 Het hoogste punt, de col Lepoeder (1410m) is wat een tegenvaller, ik had minstens een steen, of kruis, of een ander merkteken verwacht, maar buiten een bord met een noodnummer en telefoon was er niets speciaals. Ik neem er mijn grote middagpauze, tenslotte is het vanaf hier maar een viertal kilometers naar Roncevalles. Wat de afdaling betreft heeft men ons aangeraden om rechts de GR12 te volgen omdat de andere weg, links, te gevaarlijk zou zijn. Deze afdaling gaat vrij langzaam en op goed begaanbare paden naar beneden. Het pad volgt de weg voor de auto's maar snijdt wel alle bochten af. Ik ben heel snel beneden, iets minder dan 1000 meter, aan de abdij van Roncevalles.


 Ik geloof dat ik de meeste pelgrims ben voorbijgegaan want als ik hier aankom zijn er nog maar 20 voor mij. Ik geloof dat ook veel pelgrims verderstappen tot het volgende dorp op ongeveer 3 km. Het is nog maar net 13u30 maar ik besluit hier te blijven en goed uit te rusten, en vooral mijn voeten te laten recupereren.

 Aan het onthaal is het nog niet druk, een uurtje later is het hier aanschuiven. Om 14 u mogen wij naar de kamers, ik heb nummer 121, 1ste verdiep, bed 21. De zaal is ingedeeld per 4 bedden stapelbedden, een beetje zoals in een coupé van een internationale trein. Alles is nieuw en zeer proper. Ik ben als eerste in de douche (anders weer aanschuiven) en een klein uurtje later hangen mijn kleren al in het zonnetje te drogen. Je hebt hier alles wat een pelgrim nodig heeft, zelfs kant en klare voeding in automaten. Ik betaal 12 euro voor de overnachting en reserveer een avondmaal voor 10 euro. Je hebt de keuze tussen 19u of 20u30, keuze snel gemaakt (zie gisteren). Er zijn 2 restaurants in de buurt, ik mag naar Casa Sabina. Ik zit aan tafel met twee oude bekenden, Gust en André, en een Zuid-Afrikaan. Ik kom onderweg ook nog Henry tegen, het was een blij weerzien. Eigenlijk is alles hier één grote fabriek, big business wat het restaurant betreft. Op een klein half uurtje zijn wij weer buiten: pasta met drie stukjes chorizo, vis met frietjes (droogweg) zonder groenten, en een potje yoghurt. Morgen op zoek naar een grote kom salade om mijn vitaminenniveau terug op peil te brengen. Om 22 uur gaan de lichten hier uit en om 8 uur moet iedereen weg zijn. Alles is hier zeer goed georganiseerd, en dat moet wel met zo veel volk.

Ziezo, de dag zit er op, rest nog goed uit te rusten en morgen weer verder te trekken. Wij zien wel waar ik beland...
Verder draag ik deze dag op aan iedereen die onderweg is (en zijn wij dat niet allemaal een beetje). Niet alleen de mensen op de camino, maar iedereen die op een of andere manier op weg is gegaan. Dat kan een vakantie zijn of een verre reis, of zeer dichtbij. Of onderweg naar nieuwe uitdagingen of nieuwe horizonten. Ik wens iedereen daar heel veel succes bij. Tot morgen.!

woensdag 27 mei 2015

Dag 61: Ostabat - Saint-Jean-Pied-de-Port (21 km - 1482,9 km)

Vandaag ging de etappe van Ostabat naar St Jean Pied de Port, ongeveer 21 kilometer. Na het ontbijt in de Ferme-Auberge ga ik onmiddellijk van start. Ik hoop voor de middag aan te komen omdat ik toch wel een en ander te regelen heb. Ik heb deze nacht slecht geslapen, misschien door die zorgen ofwel door het late uur van het avondmaal waar ik maar niet gewoon aan geraak (en in Spanje wordt het nog een uur later). De mist hangt in de vallei over de bergen wanneer de zon aan hoogte wint. Het is een wondermooi plaatje.





















 Vandaag zijn er maar weinig hoogtemeters. De weg blijft altijd in de buurt van de departementale- of nationale weg. Men wil de pelgrims waarschijnlijk wat sparen voor de oversteek van de Pyreneeën de volgende dag. Hier staat heel de streek langs de camino  het teken van Sat Jacques, veel meer dan wij tot nu toe gewend waren.






 De eerste curiositeit is het Kruis van Galzetaburu uit de XVIIIde eeuw in Lamarthe.





















 Even verder neem ik een bananenpauze aan e picknictafel. Mensen langs de weg proberen een graantje mee te pikken door een rustplaats aan te bieden waar je een koffie of iets anders kunt krijgen. Krijgen us het juiste woord niet, maar je wordt wel hartelijk welkom geheten. Een tweede stop maak ik aan het chateaux d’Apat. Ik kan niets meer over het kasteel vertellen, gewoon omdat ik er niet meer info over heb. Even verder zie ik een reclamebord hangen voor de Boutique du Pèlerin, nog 5 kilometer.






 In St Jean le Vieux staat nog een mooi kerkje.
















 Wat mij hier opvalt in de kerken zijn de balkons waar de kerkgangers ook kunnen plaatsnemen. Dat zal dan wel voor vroegere tijden geweest zijn, toen de kerken nog vol liepen.




En dan gaat het verder naar St-Jean-Pied-de-Port. Voor 12 uur kom ik er niet meer dus ik laat het tempo wat zakken. Het is 12u15 als ik door de Porte Saint Jacques de stad binnenstap.










































 Het onthaal is 100 meter verder in de Rue de la Citadelle nr 39. Ik wordt vriendelijk ontvangen, krijg mijn stempel en heel veel uitleg. Een overzicht: lijst met refuges langs de route met interessante info over winkels, bars en geldautomaten; lijst met de etappes met terreindoorsnede en hoogteverschillen; formulier met uitleg over de etappe naar Ronceveaux; en een plannetje van St Jean. Hier zijn overnachtingsmogelijkheden genoeg en blijkbaar, in tegenstelling tot wat men ons altijd heeft wijsgemaakt, kan je toch best reserveren op voorhand. Wij hadden dit niet gedaan dus was het wachten tot de deur opengaat vanaf 14u of later. In de eerste refuge hebben wij pech, volzet, dus voor niets gewacht.




 Ik was al eens gaan informeren bij de parochiële refuge waar nog plaats was en waar je 20 euro betaalt voor overnachting, avondmaal en ontbijt. Wij besluiten om onmiddellijk daar te reserveren en dalen af naar de Rue d’Espagne. Daar hebben wij prijs, er is nog plaats. Wij worden er geconfronteerd met nieuwe regeltjes. Schoenen en stokken mogen niet mee naar binnen, dat wisten wij al, maar nu moet ook de rugzak beneden blijven. Men heeft schrik dat mensen de beruchte bedbugs of andere vervelende beestjes mee naar binnen brengen. Het is aanpassen, maar er is weinig keuze, en het laat je weer even nadenken over de pakwijze van de rugzak. Er zijn hier twee dortoirs, eentje met 10 bedden en eentje met drie bedden en 4 hospitaliera’s en alles is volzet.








 Het avondmaal is in internationaal gezelschap: Belgen, Fransen, een Ierse jonge vrouw en een jonge man uit Oklahoma en nog een Engelssprekende man wiens nationaliteit ik niet meer ken. Op het menu: groentensoep; radijsjes met zout, boter en brood; asperges; omelet met champignons; salade; complot met koekjes en yoghurt. Meer dan voldoende en lekker. Als beloning mogen wij allen samen de afwas doen. De klus is in een wip geklaard. En dan wordt het stil en zoekt iedereen zijn bed op. De klim van morgen boezemt toch wat schrik in.






Ik heb ondertussen beslist om het er toch op te wagen en morgen verder te trekken met mijn nieuwe schoenen. Regelmatig stoppen en niet te snel gaan, het zijn twee dingen die ik nogal eens durf vergeten, maar morgen zal ik er extra op letten.
Morgen stap ik voor alle mensen die onderweg zijn, en wie is dat niet... Maar morgen meer hierover. Nu is het tijd om af te sluiten, alleen mijn lucht brandt nog op de dortoir en ik wil niemand storen. Tot morgen!