zondag 26 april 2015

dag 30 : Bourges - Saugy ( 27 km - 756,5 km )

Na het eenvoudig ontbijt neem ik afscheid van mijn gastgezin. Zij willen echt geen geld voor mijn verblijf en het eten. “Je was onze eerste pelgrim en onze gast, denk eens aan ons als je in Compostela aankomt”. Na een laatste foto word ik uitgewuifd. In de drukte van gisteren was ik mijn bevoorrading volledig vergeten, maar als ik de Rue Galilée uitkom zie ik de markt staan op de Place La Bonnet. Ik koop een baget en krijg er spontaan een koek met crème en chocolade gratis bij: “denk eens aan mij in Compostela”. Ik koop nog een banaan en een droge worst ‘Pur Porc Noissette’. En dan kan ik eindelijk om 9 uur vertrekken, zo laat is het nog nooit geweest.
Ik kom met de beschrijving in de gids van Lepere vlot uit Bourges weg. De stad is al opgekuist na het festivalgeweld, hier en daar ligt er nog iemand zijn roes uit te slapen. Deze avond is het weer van dat, vier dagen lang.










Eens de stad uit begeef ik mij weer op de Departementale 16, zelfde verhaal als gisteren,
Maar vandaag bijna 15 kilometer op deze weg. Het eerste dorp dat ik tegenkom is La Chapelle-Saint-Ursin.
























 Wat verder passeer ik voorbij een enorme munitiefabriek met een indrukwekkende beveiliging. Ik loop zeker een dik half uur langs de omheining tot ik
in Villeneuve-sur-Cher aankom, een vrij nieuwe agglomeratie die duidelijk gebouwd is als residentiële voorstad van Bourges. De kleine kerk is gebouwd in een stijl volledig vreemd aan wat ik gewoon ben te zien in deze streek (ik bevind mij nu in de Berry). Op een plein neem ik mijn eerste rustpauze, er is een brocantverkoop bezig. Er komen direct enkele mensen op mij af om een praatje te maken. Van waar kom ik, waar ga ik naartoe, hoe lang onderweg, hoeveel kilometer, het zijn de vragen die telkens weer gesteld worden.  Denk eens aan ons als je aankomt.


 Na enkele kilometers door het bos en de velden loop ik over een brug over de Cher. Lange slierten waterplanten hebben een vreemd effect op de rivier. Wat verder kom ik aan een camping (die nog gesloten is). Er is een serieuze bui op komst en ik besluit daar even te gaan schuilen. Een wandelclub heeft daar haar start- en aankomstplaats gehad en de vrijwilligers sluiten dit evenement af met een barbecue. Ik kom dus letterlijk op het goede moment aan, en word meteen uitgenodigd om ook wat te eten  te drinken. Ik eet een broodje met zwarte pens en drink een bekertje rosé (of twee).



















Rond 16 uur kom ik aan in de gite in Saugy, een mooi lokaal, vroeger het dorpsschooltje, met goede voorzieningen. Straks komen er nog 4 pelgrims bij.




























Vandaag deed onze Kobe zijn eerste communie, en was er feest in de tuin bij Hans en Gaby. De ganse familie was er verzameld, spijtig dat ik er niet bij kon zijn. Ik kreeg het ook niet klaar om een Skype-verbinding te organiseren wegens geen WiFi te vinden. Een telefoontje kon toch nog wat goedmaken.

Ik stapte vandaag ook voor iemand van de parochiegemeenschap van Vilvoorde. Simonne, ik nam vandaag jouw gebedsintenties mee onderweg. Ik weet niet of je deze blog volgt, anders moet Geert nog maar eens inspringen om je dit te melden.
Tot morgen!



Ook vandaag onderweg werd het je gevraagd,
‘Prier pour nous á Compostelle’.
Het verzoek van zomaar iemand langs de weg,
Een vreemde.
Wil je voor me bidden als je aangekomen bent?
Zelf zul je de reden van het verzoek zelden weten.
Betreft het een gebed om genezing,
een gebed voor hulp in nood,
een gebed voor een nog ongeboren kind?
Zomaar een verzoek?
Nooit zomaar.
(Joop van der Meulen)












zaterdag 25 april 2015

Dag 29: Baugy - Bourges (29 km -729,5 km)

Lentefestival in Bourges, al heb ik daar heel weinig van gemerkt.
Vandaag start ik om 7u10 in Baugy voor alweer een etappe van 29 kilometer. Ik heb gezien dat ik toch vrij veel op Departementale wegen loop en dat wil zeggen: asfalt. Zeker de eerste 15 kilometers is het van dat, en er is toch nog redelijk wat verkeer, maar gelukkig geen vrachtwagens. Waarom ik niet graag op asfalt loop? Die wegen staan altijd bol voor de afwatering, maar dat wil zeggn dat je ook altijd scheef loopt, vooral in de bochten kan er een serieus niveauverschil zijn. Dus ofwel loop je in de berm in het hoge gras ofwel loop je zoveel mogelijk in het midden van de baan. Je ziet het al, verkeer = in de berm waar het gras dit jaar nog niet gemaaid is. Ik vind trouwens dat hier in Frankrijk heel snel gereden wordt op die vaak smalle D-wegen. Bovendien is het  beginnen regenen en dat blijft zo de hele voormiddag, zij het af en toe met tussenpauzes.









In Brécy neem ik mijn eerste pauze, bij regenweer is het uitkijken naar schuilplaatsen. Bushokjes zijn hiervoor zeer geschikt en vandaag maak ik daar dan ook gebruik van. Mijn dagelijks ritueel van schoenen uit, voeten op een matje, kousen uit, wat eten en drinken herhaalt zich enkele malen. En het geluk is met mij vandaag. Telkens wanneer ik mijn pauze neem regent het pijpenstelen. De periodes dat ik loop regent het bescheiden.


  Wanneer ik Bourges binnenloop schijnt er al een flauw zonnetje. Het is nog veel te vroeg om mij aan te bieden bij mijn gastgezin, dus ik loop eerst naar de kathedraal. Het is een immens bouwwerk dat ik al in het vizier kreeg op 15 kilometer van de stad. Het onthaal voor de pelgrims is hier uitermate vriendelijk. Ik krijg mijn stempel en mag mijn rugzak en wandelstokken bij het onthaal achterlaten. Ik heb nog twee uren de tijd en maak daar dan graag gebruik van. De kathedraal, Sainte Etienne,van Bourges heeft vijf schepen en er komt zeer veel licht naar binnen. De glasramen zijn wondermooi en beelden verhalen verschillende uit de bijbel uit. Ik brand een kaarsje, zoals ik al in elke kathedraal heb gedaan. Deze keer denk ik hierbij ook aan Wim die binnenkort zijn tweede pleegkind mag onthalen.








































En dan trek ik Bourges in. De stad maakt zich klaar voor het grote lentefestival. Zoiets als de Gentse Feesten, of de Lokerse Feesten (ifv wie dit leest). De stad is vol muziek. In straten en op pleintjes maken muzikanten  zich klaar om het publiek te verwennen. Het eigenlijke festival start rond 18 uur.





































 Bourges is een mooie stad en buiten de kathedraal is hier nog heel wat te zien in het oude, historische gedeelte. Mooie vakwerkhuizen, paleizen, majestueuze gebouwen, winkelstraten, kleine steegjes, mooie parken, enz... Wij moeten hier zeker nog eens terugkomen (schrijf maar op Magda).



































Om 16 uur meld ik mij bij de familie Faucheux in de Rue Galilée. De mensen ontvangen voor de eerste keer in hun leven een pelgrim, en ik ben heel tevreden dat ik die eerste ben. Zij woonden vroeger in de buurt van Baugy, Couy, waar de man een landbouwbedrijf had en  waar hij 30 jaar Maire geweest is. Het is zo dat de mensen uit Baugy hen op het spoor kwamen om mij verder te helpen. Wij maken uitvoerig kennis en het ijs is heel snel gebroken. Na de douche ga ik nog even de stad in om op advies van mijn gastgezin een aantal plaatsen te bezoeken.




Ondertussen is het muzikaal geweld gestart  dat zal eindigen rond 3 à 4 uur in de morgen, en dat tot dinsdag. Terwijl ik nu de blog zit te schrijven valt het mij op dat ik nauwelijks muziek hoor terwijl wij maar een goeie 150 meter van het eerste podium verwijderd zijn. De wirwar van kleine smalle straatjes dempen waarschijnlijk veel geluid. De straten zijn gevuld met vooral jongeren en heel wat extravagant en excentriek volk. Alle strekkingen zijn hier aanwezig, van de hippies tot de hardrockers  alles daartussen. De hele stad ruikt naar drank en eten, ik krijg er serieuze honger van.

Terug bij mijn gastgezin word ik uitgenodigd in het salon voor de aperitief, ik word altijd als eerste bediend, want ik ben tenslotte de gast. Daarna gaan wij aan tafel voor een lekkere eenvoudige maaltijd met onder andere verse radijsjes en sla uit de tuin. Radijsjes eet men hier met brood en met veel boter, ik volg gedwee de plaatselijke gewoonten, want zo leer je nog iets bij. Het hoofdgerecht is aardappelen met bloemkool gegratineerd in de oven met worst, en als dessert eten wij gebak met appelcompot. Een lekker glaasje wijn rond het geheel af. En ondertussen wordt er uitgewisseld, familiefoto’s worden getoond, er komt een atlas op tafel want een van de kinderen woont in India en zij willen zien waar wij wonen en welke route ik al achter de rug heb , waar ik overal al geweest ben. En nog zo veel meer. Het is lang geleden dat ik nog zo’n hartelijke mensen ben tegengekomen. Dit was de overtreffende trap van ‘Met je ... in de boter vallen’.





Bon, tijd om te gaan slapen, morgen is het zondag en stap ik weer voor iemand uit Vilvoorde, maar ook voor een bijzonder kereltje dat morgen zijn eerste communie doet.







vrijdag 24 april 2015

Dag 28: La Charité-sur-Loire - Baugy (29,5 km - 700,5 km)

Na het ontbijt en het afscheid van Denis en Nicole vertrek ik voor een dagje van rond de 30 kilometer. Ik loop vandaag eigenlijk bijna een halve dag parallel met de N151. Deze weg met veel zwaar transport is wat te gevaarlijk voor ons pelgrims, dus worden wij langs allerlei mooie en minder mooie paadjes en routes naar de eindbestemming geleid. De lucht in La Charité-sur-Loire is nog overtrokken deze morgen en er hangt een soort vochtigheid in de lucht. Het was helemaal niet koud, dus ik vertrek in korte broek. Maar het blijft de ganse dag zwaar bewolkt en op  sommige plaatsen, waar de wind in het spel kwam,  had ik eigenlijk liever mijn broekspijpen terug aangeritst.




 Gisteren sprak ik over de brede Loire maar deze morgen bleek er nog een even breed stuk langs te lopen. Als één centimeter op mijn kaartje gelijk staat aan één kilometer dan ken je meteen ook de totale breedte, inclusief de eilandjes die de stroom in verschillende kleine stroompjes  verdeelt. Het water is dus prominent aanwezig in deze stad. Ik zie ook verschillende campers staan langs het water, goed om te onthouden voor later.




Het landschap is hier veel platter geworden dan wat ik de laatste dagen gewoon was. Licht golvend is het juiste woord. In Sancergues neem ik een eerste pauze om mijn banaan op te eten en mijn voeten even rust en lucht te gunnen. Een vrouwtje komt naar mij toe en spreekt mij aan. “Ik spreek alle pelgrims aan” zegt ze. Zij vraagt waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga. Een kort gesprek, maar voldoende om weer eens gewaar te worden dat de mensen hier ook met de camino bezig zijn. Wat verder, wanneer ik even mijn reisweg consulteer stopt er een auto naast mij en een vriendelijke mijnheer roept mij toe: “ c’est à gauche monsieur”. De mensen  kennen hier de weg beter dan wij omdat zij elke dag met de pelgrims geconfronteerd worden. Maar vraag niet naar de naam van een straat want dan moeten zij passen.




















In Couy, na 20 kilometer neem ik mijn 2de lange pauze om te eten. Er is een winkeltje op het dorpsplein waar ik een halve baguette koop en wat worst. De verse baguette gaat in de rugzak en het brood van gisteren wordt opgegeten. Het winkeltje blijkt een soort verzameling te zijn van vanalles: café, tabak, geschenken en in een apart gedeelte de voedingswaren. Hier zijn zo weinig winkels dat het niet anders kan dan op die manier, anders moeten de mensen die hier wonen zich voor elke aankoop een tiental kilometers verplaatsen.

Ik loop vandaag vooral door velden, de koeien zijn volledig uit het beeld verdwenen.

















 Ik merk op dat het koolzaad flink in bloei staat en zeer lekker geurt. Op sommige plaatsen staan de planten bijna zo hoog als mijne goeie metertachtig.


















Het is 14u20 wanneer ik in Baugy aankom en ik meld mij meteen bij de verantwoordelijken voor de gite, Mr en Mevr Guillaume. De gite is ondergebracht in de pastorie, omdat er toch geen parochiepriester meer aanwezig is. Ik krijg de sleutel van de gite en ook nog de sleutel van de kerk (dat is de eerste keer).


























 En dan begin ik te zoeken naar een slaapplaats voor morgen in Bourges. Hoeveel telefoontjes ik gedaan heb weet ik niet meer maar in de stad is er geen enkel plaatsje meer vrij. In Bourges vindt in deze periode het lentefestival, een muziekfestival, plaats. Heel de stad en omliggende voorsteden zijn volgeboekt. Ik dreig hier vast te zitten tot dinsdag. De afstanden om Bourges te ontwijken, rekening houdend met de slaapplaatsen kunnen oplopen van 36 tot 40 kilometer,  en dat vind ik wat te veel. Ten einde raad ga ik aaanbellen bij Mr en Mevr Guillaume. Na veel vruchteloos gezoek mengt de vrouw des huizes zich en begint naar mensen die zij kent te telefoneren, en na een kwartiertje heb ik prijs. Ik kan bij een mevrouw in  het hartje van het oude Bourges terecht, zij is bereid om mij voor een nacht op te vangen. Ik weet met mijn geluk geen blijf en bedank mijn helpers uitvoerig. Ik zal bij de donativo morgenvroeg rekening houden met deze hulpvaardigheid waar ik maar één woord voor ken: ‘naastenliefde’.
De rest van de dag breng ik in mijn eentje door. Ik trakteer mezelf op een pizza met veel groenten en een blik Leffe. En dat het gesmaakt heeft!

(WiFi vind ik hier niet dus de foto’s zijn voor later).