zaterdag 9 mei 2015

Dag 43: La Coquille - Thiviers (19,1 km - 1065,8 km)

Het regent nog steeds. Ook als ik vertrek in La Coquille. Wij worden uitgewuifd door Bea en Denis. Die twee zijn goud waard, zij staan volledig ter beschikking van hun pelgrims en doen er alles aan om het ons zo gemakkelijk mogelijk te maken. En zoals gisteren gezegd ligt ons lunchpakketje met de restjes van gisteren klaar.


 Vandaag weer een korte etappe van minder dan 20 km, naar Thiviers. Ik heb besloten om gewoon de pijlen te volgen en mijn gids deze keer te laten voor wat hij is. Door een ruzie, of noem het een onenigheid tussen de verschillende Verenigingen van Saint Jacques zijn hier verschillen in de routes. Er zijn ook twee verschillende bewegwijzeringen, het wordt er zo alleen maar verwarrender door. Mijn eksteroog laat zich voelen als ik mijn nog natte schoenen aantrek. Dat beloofd niet veel goeds. Ik vrees dat ik nog eens een podologe zal moeten gaan opzoeken. Maandag kom ik aan in Perigueux en daar kan ik mijn tweede rustdag nemen. Deze morgen liep ik door een nat landschap, langs mooie verharde wegen, soms door lang gras maar al bij al viel het goed mee. Van het landschap zelf is niet veel te zien door de regen. Ik maakte onderweg dan ook slechts één foto. En dan gebeurt het weer, op een splitsing van de weg ben ik een ogenblik onoplettend. Ik moet rechts afslaan en laat mij afleiden door een groep aanstormende koeien. Neen dit is geen grap, het gebeurt regelmatig dat hele kuddes koeien komen aangelopen als er iemand langs de weide passeert. Ik merk niet dat ik onmiddellijk na de sluiting een kleine veldwegel moet inslaan en loop door. Na enkele honderden meters loopt dit baantje dood aan een boerderij. Twee grote honden komen al aangelopen (hebben dit vroeger ook eens meegemaakt) maar worden gelukkig teruggeroepen door hun baasje. De vriendelijke boer legt mij uit hoe ik terug op de juiste route geraak, terug heel de weg naar boven deze keer. Over de rest van de etappe kan ik zeer kort zijn.
 Rond 11u30 kom ik als eerste aan op de camping van Thiviers, Herman komt vijf minuutjes later ook binnen. Wij krijgen een bungalow (chalet) toegewezen, kostprijs 10 euro. De camping ligt spijtig genoeg wat te ver van de stad om nu nog inkopen
te gaan doen. Na de douche gaan wij eten in het restaurant van de camping. Veel is er niet in huis, de dame moet enkele keren terugkomen om te melden dat wat wij besteld hebben niet meer voorradig is. Bon, rest nog frieten, een halve salade en calamare fritti. Niet meteen het meest voedzame maar ik had geen zin in pizza, die waren er wel in verschillende soorten. Voor 2 euro krijg ik WiFi voor de ganse dag.





Ondertussen is de zon beginnen schijnen en wordt het een heel stuk warmer. Dus, na de middag is het tijd voor een groot onderhoud van het materiaal en de kledij. Ik geef mijn schoenen een grondige beurt met veel water (zij zijn toch al nat) waarna ik ze goed inwrijf met product om waterdicht te maken.







 De kleren worden met de hand gewassen en in het zonnetje opgehangen. Alle kledij dat al gedragen is wordt opgehangen om te verluchten. Waarom zo naarstig aan het werk, wel er zijn twee redenen, wij hebben hier toch niets anders te doen en vanaf morgen zou het hier heel mooi weer worden. Dan verdwijnen er sowieso dingen in de rugzak tot het weer terug keert.





Ik maak ook even een balans op van de staat van mijn materiaal na 40 dagen:
1. Kousen: linkersok Falke Wool zit al een gat in de hiel = versleten, heb nog twee paar;
2. Schoenen: Lowa Rengate GoreTex: veters kapot na 20 dagen; niet meer waterdicht (vooral de rechtse schoen); drie vierde van het profiel van de zool afgesleten. Ik weet niet of ik met deze schoenen de eindmeet haal;
3. Waterdicht hoesje voor telefoon gescheurd, dus versleten, diepvriesvakken met rits
4. Waterdicht hoesje voor kaarten kwijtgespeeld onderweg (eigen schuld ...)
5. Dopje voor één  wandelstok kwijtgespeeld in een straatrooster, maar met één dopje kun je niet veel beginnen.
6. Fleece vertoont sleet op de rug door mijn rugzak.
De rest van het materiaal is nog in orde, en heel wat gerief is nog nooit uit mijn rugzak geweest, meestal reservemateriaal of dingen in geval van. Al bij al valt het nog mee, behalve mijn schoenen want die baren mij echt zorgen, en terecht want ze zijn  toch het belangrijkste item voor deze voettocht.



vrijdag 8 mei 2015

Dag 42: Flavignac - La Coquille (30,1 km 1046,7 km)


Wij zijn al vroeg wakker. Opstaan is routine geworden. Als je met meerdere mensen in een gite, of deze keer in een chalet, verblijft moet je wat op elkaar afstemmen. Deze keer hebben wij geen water en sanitair in de chalet en dat maakt het nog wat moeilijker. Wassen, eten, afwas doen, voeten klaarmaken, opkuisen en  afval wegbrengen. Het gebeurt allemaal zonder veel woorden. De gezamenlijke taken worden uitgevoerd: de ene zet water op voor koffie en thee, de andere doet de afwas, de ene kuist de boel op en de andere brengt de sleutel weg (deze keer was het een heel eindje). Het vraagt wat tijd, vandaar het vroege uur om op te staan. Bovendien moeten er veel kilometers gedaan worden. op het einde van de etappe zal blijken dat ik vandaag 30,1 kilometer heb afgelegd (ipv 28,3 km zoals aangekondigd in de gids).


Ik ben nog maar goed weg en hoor een eerste donderslag, het zal de voorbode zijn van veel regen vandaag. De poncho gaat aan  en voor de eerste stevige bui ga ik schuilen onder een rij haagbeuk. Maar ik kan hier niet blijven staan natuurlijk, dus gaat de tocht gewoon verder.










Opeens hoor ik een gekend geluid van een vogel, een soort ‘leo-roep’ van een pauw. Alleen zie ik het diertje nergens. Ik vorder nog enkele tientallen meters en hoor het geluid nu echt dichtbij, terwijl ik niet in de buurt ben van een boerderij of huis. En dan hoor ik de r

oep vlak boven mij, ik kijk omhoog en zie de pauw zeker 10 meter hoog in de boom zitten. Ik wist niet dat die beestjes zo hoog vlogen, en als een pauw niet in het wild leeft dan is deze toch wel een eind van huis.



 Even voor Pageas mis ik een afslag, (niet de laatste keer vandaag) ondanks de zeer goede bewegwijzering. Ik kom op de N21 terecht, normaal een zeer drukke weg, maar vandaag is het hier in Frankrijk een feestdag, dus is er weinig verkeer. Ik besluit niet terug te keren maar de route national te nemen die mij ook naar Châlus brengt.  In dit stadje kies ik er voor om nog even door te gaan op deze weg en een kilometer verder terug de voorzien route te nemen. En dan stopt er een auto met Nederlandse nummerplaat naast mij: “mijnheer, u bent van de route geraakt.” “Dat weet ik,” antwoord ik. “Als u deze weg verder volgt, komt u automatisch terug op de juiste route ”, gaat het verder. “Dat weet ik ook” antwoord ik. Vriendelijke mensen, die Nederlanders die hier een huisje hebben, en verloren gelopen pelgrims terug op de juiste weg willen brengen. Ondertussen regent het niet meer en is de zon komen piepen, wel waait er een koude wind.













 Ik neem mijn eerste pauze na bijna vier uren stappen in Firbeix, een dorp aan de N21. Er is een kleine waterplas met picknictafels en daar kan ik rustig eten. Ter hoogte van dit rustpunt staat een wegwijzer voor de pelgrims: La Coquille 9,5 km”.




 Dus nog twee uurtjes en wij zijn binnen. Maar vanaf daar klopt de wegbeschrijving helemaal niet meer met de bewegwijzering. De plaatselijke Compostella-vereniging heeft duchtig aan het parcours gesleuteld (ook de volgende dagen wordt dat een probleem). Ik beslis de pijlen te volgen, maar meer dan twee en een half uur later moet ik besluiten dat dit geen goede beslissing was. Het is bovendien terug beginnen regenen en de bewegwijzer leidt mij langs kleine nauwelijks belopen paadjes, door bossen, door weides, langs beken, paden met lang bat gras, enz... Gevolg, ik ben terug kliedernat, mijn schoenen zijn doorweekt, en de moraal zat even diep. Je moet weten dat ik dus meer dan twee uur geleden een wegwijzer zag staan met nog 6 km naar La Coquille. Ja, ik heb meermaals gevloekt!





                                                                                                                                                                          In La Coquille aangekomen ga ik direct naar de gite, Herman is ook al aangekomen .  
 Voor het eerst op mijn weg kom ik in een  
herberg met hospitaliera’s, twee vrijwilligers uit Marseille, Bea en Denis, die de gite veertien dagen uitbaten. En ik moet zeggen, dit is een mooie ervaring. Bea en Denis zijn erg met hun pelgrims begaan. Thee en koekjes bij aankomst, vriendelijk en warm ontvangst, behulpzaam: de mama en papa van de herberg. De douche doet deugd, en nu is het zaak om de kleren droog te krijgen, wassen zit er niet in vandaag. Er wordt nog een pelgrim verwacht maar die komt uiteindelijk niet opdagen. En om 19 uur gaan wij aan tafel en krijgen een serieuze maaltijd voorgeschoteld. Alsof wij veronderstelt worden uitgehongerd te zijn worden wij aangemoedigd om toch nog een stukje te nemen. Wat over blijft gaat in folie en kunnen wij morgen meenemen. Starten doen wij met radijsjes, boter en brood (idem als in Bourges). Dan salade van rucola met een taart met spinazie. De hoofdschotel: Provençaalse ratatouille met varkenslapje met mosterd. Nagerecht: verse fruitsla met slagroom, besprenkeld met Armagnac en om af te ronden nog een kaasschotel. Wij kiezen een  fles rode Bergerac. Samen met het logement en het ontbijt betalen wij hier 20€. De hospitaliera’s hebben pakken ervaring op de camino en andere lange-afstandspaden en vertellen er op los, maar zijn evengoed geïnteresseerd in onze verhalen. Het gaat er heel hartelijk aan toe. Voor mij was dit een nieuwe ervaring.

Tot slot zingen wij samen het Ultreïa-lied.
Tous les matin nous prenons Le chemin,
Tous les matin nous allons plus loin.
Jour après jour, la route nous appele,
C’est la voie de Compostelle.
Ultreïa! Ultreïa! Et suseia Deus adjuva nos!

De andere strofes zijn voor een volgende keer.

donderdag 7 mei 2015

Dag 41: Limoges - Flavignac (27 km - 1016,6 km)

Iedereen is blijkbaar vroeg wakker vandaag, om 6 uur.  Waarschijnlijk omdat er een iets langere tocht op het programma staat, 27 km. Er is maar één badkamer voor zes personen dus ga ik maar eerst eten. De zustertjes hebben het ontbijt gisterenavond al klaargezet. Voor ieder is er een stuk brood (chiabatta), boter en confituur. Koffie en thee moet nog gemaakt worden. Als ik klaar ben met eten is iedereen gewassen en is het mijn beurt. Gevolg, ik ben vroeg klaar  iets voor 7 uur ben ik al op pad. De stad uit geraken is min of meer hetzelfde verhaal als gisteren, maar de gids Lepère beschrijft de te volgen straten heel goed. Ik loop geen enkele keer verloren en binnen het uur ben ik al in de voorstad Isle. Er is een mooi fiets-voetpad langs de departementale weg wat het stappen een stuk aangenamer maakt. Het landschap net buiten de agglomeratie is mooi en glooiend.

 Niet meer de hogere heuvels en de pittige klimmetjes maar alles veel geleidelijker. De gele velden zijn verdwenen zo dat de bloei van het koolzaad ten einde is. Hier is vooral veel hooiland en hier en daar is er al gemaaid.






In het dorpje Mérignac passeer ik een mooie versierde garagepoort in het teken van de pelgrim en de straat (rue du Vignoble).







Heel wat mensen zijn hier met het Compostelaverhaal bezig. Ik neem een uitgebreide rustpauze in Aixe-sur-Vienne, ik ben dan al 12 kilometer verder en heb er net iets meer dan twee en een half uur over gedaan. Dus weer twijfels aan de juistheid van de afstanden. Ik heb trouwens vandaag ontdekt dat de app ‘Gezondheid’ op mijn iPhone dagelijks de afgelegde afstand weergeeft, dus vanaf nu kan ik de afstanden controleren en juister weergeven. Na Aixe-sur-Vienne volg ik meer dan een uur het riviertje de Aixette.




Langs deze waterloop waren ooit heel veel watermolens Vandaag zijn die omgebouwd tot residentiële woningen en is er nog weinig van te zien. Het gecontroleerde  verval van het water, en de namen van de huizen verwijzen nog naar het verleden.

In La Judie kom ik voorbij een mooi kasteel dat nog bewoond is.















In Saint-Martin-le-Vieux, een mooi dorpje,  neem ik het middagmaal. Het is rond 12 uur en ik heb 21 van de 27 kilometers afgelegd. Brookaas en worst, een pelgrim mag niets tekort komen. Terwijl ik zit te eten komt ook Herman hier voorbij. Wij zien mekaar straks terug omdat wij in dezelfde chalet ondergebracht zullen worden.






En dan de laatste 6 kilometers naar Flavignac, die duurden het langs, het is al even geleden dat ik deze afstand nog gedaan heb, en dan kruipt dat in de kleren. Het is kwart voor twee als ik in Flavignac aankom, nog wat te vroeg om mij te melden bij de mairie.




 Ik breng een bezoekje aan de kerk, voor een keer dat een kerk open is. In het gastenboek staan tekstjes in alle talen, toch een bewijs dat hier wel wat toeristen passeren. De waterplas en de camping zullen daar wel voor iets tussen zitten. Net voor Flavignac ben ik ook weer een nieuwe regio binnengewandeld. Ik bevind mij nu in de Dordogne (Aquitaine) en niet meer in de Haute-Vienne. Flavignac bevind zich in het Parc naturel régional Périgord Limousin. Dat betekent de volgende dagen, weinig dorpen en weinig bevoorrading. Om 14 uur krijgen wij onze stempel en de sleutel van chalet nummer 4 op de camping. De camping is nog gesloten (al is dat begrip ruim te nemen) maar pelgrims kunnen hier onderdak krijgen als de gemeentelijke herberg volzet is. Het is een kleine chalet, drie bedden, een tafel en stoelen, een kast  met keukenmateriaal en een frigo. Er is gelegenheid om te koken. Voor douche, toilet en water moeten wij naar de wasruimte van de camping of het voetbalterrein. Het is nog goed weer dus nog snel de kousen uitwassen zodat die morgen weer droog zijn.



 In het restaurant wil men voor de pelgrims (in totaal zes) wel koken, normaal zijn zij ’s avonds dicht. Voor 11,50 euro eten wij een voorgerechtje  met asperges, balletjes met couscous, en als dessert een warme appel met een bolletje ijs. Een karafje wijn en water is eveneens in de prijs inbrgrepen. De gegratineerde bloemkool bij het hoofdgerecht hebben wij niet gezien, vergeten, en wij wisten toen nog niet dat die er ook bij hoorden.




Morgen wordt het weer een lange dag naar La Coquille met 28,3 km. Daarna komen 2 kalmere dagen. Alle slaapplaatsen zijn gereserveerd tot in Perigueux. Dan wordt het tijd dat ik nog eens een rustdag inbouw om mijn voetjes eens wat beter te kunnen verzorgen.



woensdag 6 mei 2015

Dag 40: Saint-Leonard-de-Noblat - Limoges (23 km - 989,6 km )



Vandaag gaat de etappe naar Limoges, de stad aan de Vienne, stad gekend om haar porselein, maar ook van de grote Sint-Etienne kathedraal. De meeste aanlooproutes naar grote steden die ik al gedaan heb zijn maar triestig. Veel verkeer, veel zeer drukke verkeersknooppunt, veel lawaai, enz ... En vandaag is het niet anders. Het zal wel niet te vermijden zijn zeker?




















Bij het verlaten van Saint-Leonard-de-Noblat duik ik meteen naar beneden, het oude stadsgedeelte ligt op een heuvel, richting Pont Saint Etienne. Vanaf deze plaats aan het water zie je drie mooie bruggen, het brugje waar ik op sta, de spoorwegbrug en die voor de auto's, het is een mooi plaatje.








  En dan verlaat ik deze vallei om later vandaag in de vallei van de Vienne te eindigen. Dat betekent weer flink klimmen, maar deze keer meestal langs geasfalteerde wegen. Hier en daar zit er een stukje onverharde weg tussen maar het gaat telkens maar over een paar honderden meters















 De eerste bebouwde kom die ik tegenkom is Aureil, waar ik een pauze neem aan de kerk. En dan gaat het weer verder langs enkele kleine gehuchten zoals Laubaudie en Crouzeix.



En kilometer per kilometer kom ik dichter tegen Limoges en dat wordt je gewaar. De huizen worden wat mooier en groter, het voorstedelijk gebied met Feytat als grootste agglomeratie kondigt de stad aan. En dan is het een paar kilometer lopen langs een heel drukke weg, in de grasberm die gelukkig breed genoeg is, richting stad. Ik sta versteld
hoe snel ik deze tweede etappe heb afgelegd, en twijfel er aan of de afstand wel klopt. In de drie gidsen die hier circuleren staan ook verschillende afstanden, en toch volgen wij allemaal dezelfde bewegwijzering. Soms is er zelfs een verschil van meerdere kilometers. Feit is dat ik om 7u30 vertrokken ben voor 23 kilometer en dat ik om iets na 12 uur op een tweetal kilometer van de kathedraal ben. Maar ik neem nog mijn lunchpauze onderweg waardoor ik om 13u15 aan het thuisfront kan melden dat ik aangekomen ben.  Om bij de kathedraal te komen moet ik eerst de pont Saint-Etienne oversteken. Vanop deze plaats heb je een mooi uitzicht op de kathedraal die hoog boven de stad uitsteekt.







 Ik laat mij nog fotograferen bij een gedenkplaat voor de pelgrims die in de brug is ingewerkt.












 Bij Les Soeurs de Saint Francois d’Assise kan ik pas om 16 uur binnen, maar ik mag er toch al mijn rugzak achterlaten.







 Een stadsbezoek met rugzak raad ik niemand aan.  En een geluk, het verblijf van de zusters is net tegenover de kathedraal. Hier houd ik als eerste halt. Het mooie bouwwerk is imponerend en de inrichting is sober maar toch tegelijk rijk. De crypte is voor het publiek gesloten maar een fototentoonstelling toont de mooie fresco’s die er te vinden zijn. Er is nog een mooi paastafereel te zien in het koor, een samenwerking van verschillende godsdiensten.















En dan maak ik het ook even stil voor mezelf bij een mooi beeld van de zwarte Madonna, en steek een kaarsje aan. In gedachten ben ik even dicht bij de familie van mijn peter, Victor Delcart. Langs deze weg bied ik mijn deelneming aan, aan de kinderen, kleinkinderen en familie en wens hen veel sterkte om dit verlies te verwerken.











Voor de rest van de dag houd ik het rustig, wat in de stad rondlopen, wat inkopen doen. Nog even met het thuisfront en kleinkinderen praten via internet, al lukt het deze keer niet goed en moeten wij de sessie snel afbreken. Het zal voor een volgende keer zijn. Er komen zeker nog betere mogelijkheden. Maar de foto’s heb ik er wel doorgekregen, die van gisteren en van vandaag en dat maakt de blog meteen ook wat interessanter.