dinsdag 2 juni 2015

Dag 67: Ayegui - Los Arcos (19,1 km - 1621,7 km)

Eerst iedereen geruststellen: geen beestjes gezien of gevoeld vanacht, en gelukkig maar. De enige stoorzenders op de kamer waren de jonge gasten die al om 4u45 begonnen te rommelen. Tegen 5u45
was iedereen de deur uit, ik ben dan ook maar opgestaan. Wassen, ontbijten, en in de keuken vaststellen dat koken plezanter is dan afwassen. De hospitaliero zal hier niet tevreden zijn. Het zal weer warm worden vandaag, met temperaturen boven de 30 graden. Volgens de weer-App blijft het nog een week goed weer. En goed weer wil voor een pelgrim zeggen: gloeiend hete voeten, veel water drinken, goed beschermen tegen de zon, enz... En dit vanaf 's morgen vroeg. Ik heb gisteren nieuwe zonnecrème kunnen kopen dus vertrek ik in korte broek en t-shirt. Door mijn zware slaapzak naar huis te sturen (een zeer goede beslissing) heb ik nu voldoende ruimte in mijn rugzak om er altijd alles in te krijgen. In de eerste weken (maand) lette ik altijd goed op het gewicht van mijn rugzak, maar nu besteed ik daar bijna geen aandacht meer aan. Ik heb tot hiertoe nog geen problemen gehad met mijn rug. Wat ik mee wil nemen neem ik mee. Gisteren heb ik mijn linkse eksteroog kunnen wegpeuteren, ik denk dat ze nu volledig weg is. Vandaag voor het eerst sinds lang ook daar niets gevoeld, een verademing. Laat ons hopen dat dit enkele dagen mag blijven duren.




 Na een goede kilometer passeer ik langs de eerste bezienswaardigheid: de Fuente de Irache, Fuente del vino, de wijnfontein. De pelgrims worden hier getrakteerd op un trago (een slok) wijn van de Bodega Irache. Maar het was eerder un gota (een druppel) die uit het kraantje kwam. En gelukkig maar want voor zeven uur 's morgens hoort een mens geen alcohol te drinken, daarvoor is het zeker een uurtje te vroeg (😉). Volgens het infopaneel levert de fontein elke dag 100 liter wijn. Hoe lang je daarvoor aan het kraantje moest staan draaien weet ik niet, maar op het tempo dat ik de druppels zie komen is dat zeker meerdere dagen.


 Even verderop staat het Monasteria de Irache dat in de middeleeuwen dienst deed als hospital voor de pelgrims.











 Langs een heuvelende pad, paralel aan de autoweg kom ik in Azqueta waar een recente fontein de pelgrims van water kan voorzien.




















 Dan gaat het verder naar het laatste dorp op de etappe van vandaag, Villamyor de Monjardin. Net voor het dorp staat een middeleeuwe waterput met een gebouwtje erover. Het waterpeil staat zo hoog dat de opgemerkte put volledig onder water staat, maar ik denk niet dat dit water drinkbaar is.




















Naast de mooie kerk is hier ook een grote bodega (wijnkasteel) met heel wat wijngaarden eromheen.






De druiven zijn al aan het groeien, binnen enkele maanden kan er weer geoogst worden. Welke wijn hier gemaakt wordt en welke druiven er geteeld worden weet ik niet. Ik denk dat het hier nog Navara-wijn is, maar Dirk, als jij dit leest weet je zeker het antwoord. Vanaf hier loopt het pad tussen graanvelden, wijngaarden en hier en daar een veld olijfbomen.






















 Er is geen bevoorrading meer tot in Los Arcos, dus waterflessen vullen. Op een zes kilometer v
an de stad heeft een wakkere burger een camionette-bar geopend, omringd door tenten en paraplu's. Ik kan niet aan het lekker fris versgeperst sinaasappel (2€) weerstaan. Ik hield er vandaag een stevig tempo op na. Alle vroege vogels heb ik voor Los Arcos ingehaald.






 Net voor 11 uur sta ik als eerste voor de nog gesloten deur van de alberge Isaac Santiago. Ik wou hier vandaag zeker halt houden omdat deze herberg uitgebaat wordt door vrijwilligers van het Vlaams Genootschap.
De herberg gaat pas om 12 uur open maar de rugzakken worden op volgorde van aankomen geplaatst, de mijne staat tweedes. Stipt om 12 uur begint het inchecken en dat gaat zeer vlot. De douche doet deugd en mijn was hangt snel te drogen aan de wasdraad. Felipe, één van de hospitaliero's vraagt of ik hun salade verder wens op te eten. Ik laat mij dat geen twee keer zeggen, en na toevoegingen van worst en kaas, heb ik een lekkere koude schotel. En dan is het siësta, ik zie ondertussen vele oude bekenden terug en de begroeting is altijd hartelijk. Er wordt uitgewisseld hoe het onderweg verlopen is, warm, hot, zijn de  meest gehoorde woorden. De temperatuur loopt op tot 34 graden.





 Om 17 uur gaat de kerk open. Het is een pareltje.





 Doordat er verschillende eeuwen aan de kerk gewerkt is heeft zij verschillende bouwstijlen zoals: Romaans, Gotisch, Barok, en Neo-classicisme.





Binnen is de kerk nog mooier. De koren en kapellen zijn aangekleed met monumentale retabels.





































Het orgel is een prachtexemplaar tot in de kleinste details afgewerkt. Peter en Michel, dit moet je zien!


























Ik doe daarna nog wat inkopen om mijn avondeten zelf klaar te maken. De pelgrimsmenu's zijn niet voor elke dag, dan kom je ongetwijfeld na enkele dagen wat belangrijke elementen in de dagelijkse voeding te kort. Ik maak een omelet van verse champignons, tomaten en chorizo. Mijn grote dosis groenten heb ik deze middag al binnen. Het is een leuke afwisseling en in de keuken kom je weer nieuwe mensen tegen. De herberg is al lang 'complet' en Felipe en Bernard hebben nu ook tijd om wat te praten. Die mannen moeten hier serieus draaien, en elke dag is het weer volle bak. En zo zit de dag er weer op. Morgen zie ik wel waar ik beland, in functie van het weer, mijn conditie, mijn voeten en mijn goesting. Ik zit voorlopig goed op schema om op 30 juni aan te komen in Santiago de compostela.





















maandag 1 juni 2015

Dag 66: Puenta la Reina - Ayegui (23,9 km - 1602,6 km)

Met 10 personen op een kleine kamer, het is niet evident. Het moment dat er niemand snurkt of andere geluiden maakt, of ergens aan het rommelen is, is het moment dat je zelf slaapt. Waarschijnlijk denken op dat moment andere wakkere mensen hetzelfde over mij. Ondanks het vroege gewemel neem ik toch rustig mijn tijd, ook ontbijten doe ik hier nog. Ik verwonder mij er telkens over hoe weinig mensen ontbijten in de alberge, maar inderdaad, je koopt je ontbijt voor enkele euro's al op goed honderd meter van waar je vertrekt. Maar ik houd mij aan mijn goede gewoontes. Om kwart voor zeven ben ik weg voor een etappe naar Estella. Ik ben wel van plan om naar het gehuchtje Ayegui te gaan om eens te ontsnappen aan het vele volk. Later zal blijken dat dat goed gelukt is.


Ik verlaat Puente Le Reina via de Puente Romanico, de brug over de rio Arga. Deze Romaanse brug uit de XIde eeuw moest het de vele toenmalige pelgrims mogelijk maken de rivier over te steken. De brug is 110 meter lang en hoort bij de mooiste van Navarra. De brug telt zeven bogen vertrekkende van een centrale boog.













 Tot aan het eerste dorp, Mañeru gaat de weg gaat de weg over heuvelachtig terrein tussen velden en wijngaarden. Het is weer vroeg warm en er is net zoals gisteren zo goed als geen schaduw op het parcours. Ik kom onderweg een puffende Duitser tegen. Hij doet de camino Frances voor de derde keer, maar zo warm heeft hij het nog nooit geweten.



Vanaf Cirauqui doe ik een 'Julius Caesarke' (je kunt dit woord gerust toevoegen aan de lijst). Ik volg een oude Romeinse Heirweg, die meer dan 2000 jaar heeft overleefd. Het waren straffe mannen, die Romeinen, maar kasseien effen leggen konden zij niet, het blijven potenbrekers.









 Cirauqui logt boven op een heuvel, je zie het dorp al van heel ver liggen. En zoals vele dorpen zijn ook hier weet allerlei verwijzingen naar de vroegere en hedendaagse pelgrimage te vinden.








 In de verte zie je een langgerekte rotswand boven de vallei uitsteken. Ik kan niet zeggen welke het is want ik heb de overzichtskaart van Spanje niet bij. Maar badend in de zon is het een mooi plaatje.






 Het is de dag van de mooie bruggen vandaag, het hoeven niet altijd kerken te zijn. Tussen Cirauqui en Lorca kom ik nog een mooi Romaans bruggetje tegen over de rio Saldo. En even voordien een modern waterkanaal in de lucht, een aquaduct eigenlijk. Overal zijn hier kleine beken  en kanaaltjes met pompsystemen om de velden van water te voorzien.




In Villatuerta kom ik de derde Romaanse brug tegen over de rio Iranzu. Deze oude stenen brug heeft twee bogen. In Villatuerta staat een mooie (maar gesloten) kerk met een oud waterpunt voor de pelgrims.























Er zijn hier in Spanje echt heel veel waterpunten op het parcours. Het is niet nodig om veel liters mee te nemen, dat is alleen maar extra gewicht. Goed lezen in je gids en je komt er alles over te weten.
















 De weg vanaf hier tot in Estella is echt lelijk en er staat een groot stinkfabriek aan de rand van de historische stad. Op sommige paden is de stank maar net te harden.












 Bij het binnenkomen van de stad wordt ik aangesproken door jonge studenten. Zij moeten als opdracht de pelgrims interviewen in het Engels en hierover een verslagje maken. Hun Engels is echter zo zwak dat de lerares bijna elk woord moet spellen. Als beloning krijg ik een drankje aangeboden vooraleer wij samen op de foto gaan.



En zoals vooraan in dit verslag al gezegd stap ik onmiddellijk door de stad, twee kilometers verder naar de alberge in Auegui. Hier zijn vandaag nog geen tien pelgrims opgedaagd, dat wordt dus rustig. Maar dan is er toch paniek, iemand vermoedt een bedbug gezien te hebben en dat is niet goed. Ik kijk ook mijn bed na maar vind voorlopig niets. Als dat maar goed komt. Toch laat ik mijn kleren maar wat langer buiten hangen, je weet maar nooit. Ik zal mijn poncho over de matras spannen en hoop hiermee de beestjes tegen te houden.
Het is nu 18u30: na de zoveelste controle van mijn matras zie ik een klein beestje kruipen, lap ik heb het zitten. Ik zie ook nog een gebroken plank van de latoflex, dus ik verander van bed. Ik vrees dat dit geen rustige nacht wordt, en dat was juist wat ik wou opzoeken, zucht ...