zondag 28 juni 2015

Dag 93: Arzúa - O Pedrouzo (18 km - 2241 km)

Deze nacht werd ik verschillende keren wakker wegens pijn in de knie. Kun je het geloven? En toch is het waar. Op mijn laatste dagen op de camino moet je het maar meemaken. Het is weer mijn zelfde knie die af en toe eens moeilijk doet, waarvoor ik al onder de scanner geweest ben en waar niet veel aan te doen is. Als je wat terugbladert in de blog zul je dit verhaal nog eens lezen, het moet zeker in de eerste maand geweest zijn. Het is gewoon een dom moment, zo vlak voor Santiago de Compostela. Deze morgen heb ik dan maar een pilletje genomen om de pijn te verzachten, en al bij al viel het nogal mee. Deze morgen was mijn brood weer verdwenen, dit was ook niet de eerste keer. Maar goed, ik moet het maar niet in de keuken laten liggen. De Duitse mevrouw, waarmee ik gisteren gegeten heb bood direct de helft van haar broodje aan, maar ik had gisteren ook twee koffiekoeken gekocht en twee nectarines, dus eten genoeg.





Om 7 uur verlaat ik Arzúa om zo goed als de hele dag tussen de bomen te lopen. Ik vertelde gisteren al van de eucalyptusplantages hier in de streek. Eigenlijk is deze boom geïmporteerd uit Australië. In onze contreien kunnen deze bomen niet overleven wegens te koud. Het zijn heel snelle groeiers en zij trekken zeer veel water uit de grond. Het hout wordt vooral gebruikt voor de productie van papier en als brandhout. Ik hoor hier vertellen dat er ook veel tegenstanders zijn van deze import omdat de eucalyptusboom een negatieve invloed zou hebben op het grondwater. Maar dit is voer voor specialisten, voor mij en voor jullie is het maar een weetje.

















 In Salceda houd ik een tussenstop in de bar Casa Verde. Het interieur is een verzameling van t-shirts en petjes van pelgrims. Elk plaatsje is volgeschreven met namen en korte tekstjes van pelgrims. En met elk plaatjes bedoel ik echt 'elk plaatsje', op muren, tafels en stoelen, toilet, deuren, enz... En uiteraard krijg ik er ook mijn eerste stempel van de dag. De kilometers op de palen dalen nu zeer snel, 30, 25, 20, ... Ik merk op dat de afstand op de palen niet echt overeenkomen met die in mijn boekje. Blijkbaar is de route al zodanig verandert dat er al wat kilometers zijn bijgekomen. Maar hoe de vork echt aan de steel zit zal ik pas morgen ontdekken.


Voor de rest ben ik over het landschap zeer snel uitgepraat. Er is weinig spectaculairs te zien onderweg. Enkele dorpjes en af  toe eens een mooie fontein zijn de enige vermeldenswaardige dingen. Maar als je al zo verwend geweest bent op de hele weg dan moet het al speciaal zijn om nog echt verrast te zijn.
Net voor O Pedrouzo kwam ik nog een Belgische jonge gast tegen die al van 15 maart onderweg is. Ik ben verdorie zijn naam vergeten te vragen. Hij is vertrokken vanuit Sint Niklaas. Wij praatten nog even over dat dubbele gevoel bij het 'aankomen'. Ik verneem van hem ook dat hij Herman en zijn echtgenote is tegengekomen. Het was goed om daar nog eens iets over te horen, tenslotte zijn Herman en ik meer dan 25 dagen samen op stap geweest.




















In O Pedrouzo ga ik op zoek naar een herberg en ik beland uiteindelijk in de albergue Edreira, een nieuwe privé-herberg. Mooi, nieuw, ..., enige nadeel voor mij, ik slaap op de tweede verdieping, amai mijn knie. Ik houd nog een rijdende bakker tegen en koop een ringvormig brood, en gelukkig maar want hier is geen enkele winkel open vandaag. Ik heb echter nog genoeg voorraad in mijn rugzak om deze middag lekker te eten.
Vandaag heb ik ook een mailtje gekregen van Patrick, mijn Amerikaanse vriend. Hij is enkele dagen geleden moeten stoppen in O Cebreiro wegens problemen met tendinitis, een veel voorkomend probleem. Vandaag is hij in Melide aangekomen, dus maar 1 à 2 etappes achter mij. Ik hoop dat ik hem nog zie aankomen in Santiago, en die kans zit er dik in. Hij zal mij laten weten wanneer hij aankomt. Patrick was zowat de laatste waarmee ik echt een goed en blijvend contact had. Dat zijn dingen die je moet koesteren.
Morgen de laatste stapdag, of ik moet die ook nog spreiden over twee dagen. Dat is mogelijk en heeft ook voordelen. Als ik in Monte del Gozo blijf overnachten kan ik de dag nadien vroeg naar Santiago vertrekken en kom ik aan in een lege stad. Volgens een Spaanse mevrouw (waarvan ik een paar dagen geleden een lekker stuk empanada kreeg) die de tocht al enkele keren deed is dit heel bijzonder. Maar dat zijn zorgen voor morgen. Eerst mijn knie goed laten rusten en verzorgen en morgen er weer tegenaan. Deze avond ga ik nog uit eten, een lekker stuk kalfsvlees op steen gebakken en op steen geserveerd aan tafel. Het was weer even geleden dat ik nog zo'n lekker stukje vlees gegeten had. Het kruidensausje, de salsa, mocht er eveneens zijn.
En zo sluit ik de dag weer af. Hopelijk laat mijn knie mij deze laatste dagen niet in de steek. Ik denk dat ik morgen maar eens voor mezelf op stap ga.

zaterdag 27 juni 2015

Dag 92: Melide - Arzúa (13,9 km - 2223 km)

Minder dan 50 kilometers te gaan en nog drie stapdagen. Vandaag doe ik een korte etappe, slechts een kleine 14 kilometers. Uitbollen noemen ze dat, maar eigenlijk heeft het veel te maken met de dag dat ik in Santiago wil aankomen en het ontbreken van voldoende herbergen tussen de steden. Ik denk dat er voor de laatste kilometers een embargo is voor albergues. Hotels zijn er wel te vinden, maar dat vind ik te duur. Heeft het te maken met de golf pelgrims die Santiago zal overspoelen of zijn er andere redenen, ik weet het niet. Maar het maakt wel dat ik mijn laatste dagen niet kan plannen zoals ik dat graag zou willen. Morgen zijn er twee er mogelijkheden: ofwel ga ik naar O Pedrouzo (rest 20 km) ofwel ga ik naar Monte del Gonzo (rest 5 km). Voor de twee mogelijkheden valt wel iets te zeggen. In het eerste geval is de spreiding van kilometers het beste maar zit ik rond de middag weer werkloos in een herberg of in een stadje waar niet veel te zien is. In het andere geval sluit ik af met een dagetappe van ruim 31 kilometers om de dag nadien heel vroeg in Santiago aan te komen want slechts 5 km. Ik zal er nog eens over nadenken en morgen, waarschijnlijk onderweg een beslissing nemen.





















Ondertussen zijn wij vandaag, zaterdag en neem ik alle tijd om op te staan en te ontbijten in de herberg. Ik vertrek om 8 uur, dus vandaag geen zonsopgangen. Door dit late vertrekuur heb ik de indruk dat ik helemaal alleen loop, het is een raar gevoel, gedurende zeker een uur kom ik niemand tegen. Even buiten Melude passeer ik de 50-kilometerpaal en de Santa Mariakapel (of kerk). Een vrijwilliger heet er ons welkom en gidst ons door de kerk, Engels, Frans of Spaans, hij kent zijn les goed vanbuiten. De mooie Romaanse kapel heeft enkele oude pronkstukken zoals het VIII-ste eeuwse altaar en XII-de eeuwse muurschilderingen.










































Verder passeren wij nog een wasplaats zoals wij in Frankrijk er in elk dorp wel eentje tegenkwamen.














Boente is ook weer zo'n authentiek dorpje zoals ik gisteren in mijn blog beschreef. Ook hier in het kerkje zit een vrijwilligster om uitleg te geven. Ik heb het met haar over het taalgebruik in de streek en hoe dit in de school aangeleerd wordt. Ik heb al langer door dat het Galicisch ook een officiële taal is in Spanje. Het Galicisch nijgt wat meer naar het Portugees maar toch zijn er nog veel belangrijke verschilen. Ongeveer 70 % van de bevolking zou deze taal spreken. Dus Galicisch is een van de vier officiële talen in Spanje buiten Catalaans, Baskisch en Castiliaans. En ik hoop dat ik mij hiermee geen banbliksems van de Spaanse gemeenschap over het hoofd haal.
















 De weg gaat vandaag vooral door schaduwrijke bossen. Hier en daar zijn al kleine plantage van eucalyptus te zien, volgens mijn gids zouden wij morgen heel veel door soortgelijke plantages lopen. Maar vandaag zijn het vooral eiken en dennen die voor de schaduw zorgen. Wie dacht dat de laatste 50 kilometers plat zouden zo komt bedrogen uit. Geen meter plat is het hier. De weg gaat voortdurend op en neer en er zitten behoorlijk pittige stukken in. Bovendien is het weer heet, de zon schijnt onverbiddelijk en mijn buff moet mijn oren beschermen tegen verbranden.
















Ik kom nu meer en meer pelgrims tegen, waarvan er verschillende
vechten tegen de pijn aan de voeten. Gisteren en deze morgen zag ik in de herberg ook al heel veel omzwachtelde voeten, ingepakte tenen, Compeed verdient veel centen aan deze camino. De geur van zalfjes tegen de spierpijn en tendinitis hangt in alle kamers. Hoe mensen zich hier soms voortslepen is mij een raadsel. Elke dag zie ik hier mensen binnenvallen (bijna letterlijk), en volledig uitgeteld, niet meer de kracht en de moed om zich te wassen en als een blok in slaap vallend op hun bed. Niet goed voorbereid denk ik dan, maar zoveel kilometers had ik nu ook weer niet gestapt als voorbereiding, en weet je nog dat ik de week voor mijn vertrek nog nieuwe wandelschoenen moest kopen. Ik denk dat je ook wat geluk moet hebben, maar je kunt maar beter conditioneel in orde zijn.





























Rond 11 uur kom ik aan in Arzúa en zit mijn dag er al op. Ik check in in de albergue Via Lactea een toeristische albergue, dit had ik nog niet gedaan en ik wou het verschil wel eens ondervinden. De prijs is in ieder geval dezelfde als de meeste privé herbergen. Voor de rest is het grote verschil dat hier vooral mensen met bagagetransport verblijven, vooral groepen die de laatste 100 kilometers doen. En nu in het weekend veel groepen jongeren, als dat maar goed komt, maar je moet het allemaal eens meegemaakt hebben.
De jonge gasten zitten een verdieping hoger dan ik, dus dat valt goed mee.

 Deze avond eet ik pasta. Het is weer even geleden dat ik nog zelf gekookt heb. Ik maak een sausje op basis van 200 gr gehakt + 400 gr groenten uit de diepvriezer en een doosje tomatenpuree. Veel te veel voor mij alleen dus nodig ik iemand uit om met me mee te eten. Een Duitse vrouw, uit de omgeving van Keulen, komt als eerste de keuken binnen en zij hapt direct toe. Zij is de camino gestart in Pamplona en heeft een rotjaar achter de rug, man, en ouders verloren. Wij praten uitvoerig over het waarom wij op weg zijn en over zoveel andere dingen. Weet je, eten delen, gesprekken delen, je wordt er een stuk rijker van.

Om 19u30 is er eucharistieviering in de parochiekerk. Ik blijf zitten en volg zo goed en zo kwaad mogelijk, de Spaanse taal is voor mij toch niet zo evident (hoor ik hier een uitdaging?). De kerk zit stampvol, zeker 150 mensen, die samen vieren. Op het einde zegent de priester de aanwezige pelgrims. Tot zeker een half uur na de mis staan de mensen buiten aan de kerk met mekaar te praten. Hier leeft een (h)echte parochiegemeenschap. Geert, niet jaloers zijn.





Ik kreeg deze week nog enkele vragen voor intenties vanuit het thuisland. Vandaag waren mijn gedachten  bij jullie.

De twee volgende dagen zullen waarschijnlijk voorbij vliegen. Ik hoop dat ik ze ten volle kan beleven. Ik kreeg de laatste dagen een hoop miserie en onbegrip uit Vilvoorde over mijn hoofd waardoor ik mijn hoofd niet meer leeg krijg. Spijtig! Want de intrede in Santiago wil ik ten volle beleven, wat er ook gebeure!

vrijdag 26 juni 2015

Dag 91: Ventas de Narón - Melide (26,4 km - 2209,1)

Prachtig schouwspel deze morgen.
 Ik vertrek al om 6u30. Volgens mijn Weer-App wordt het al vroeg warm en zon. En inderdaad, als ik buiten kom zie ik zo goed als geen wolken aan de lucht. De zon komt op en kleurt de horizon oranje.




Wanneer ik wat verder begin te stijgen naar Siërra Ligonde (750m - korte klim) zie ik de wolken in de valleien hangen.








Het is een prachtig schouwspel dat versterkt wordt door de opkomende zon. De hoge boomkruinen en de heuveltoppen steken als kleine eilandjes boven de witte wolken uit.









 En boven dat alles een stralend blauwe lucht met flarden witte wolken.








 Er waait al een warm windje dat vaak verweven is met een frisse luchtstroom. Heerlijk is dat alles. Daarom moet je af en toe eens vroeg opstaan, de natuur in trekken en genieten. De weg gaat op en neer, meestal door bosrijk gebied. Na elke bocht verwacht  ik een nieuw spectaculair zicht over de vallei, maar door de hoge bomen valt dat serieus tegen.











 In ieder geval ben ik voor ik het goed doorheb 12 kilometers verder in Palas de Rei. Hier neem ik een pauze om te ontbijten.


















In een cafeetje eet ik een chocolade koffiekoek en een banaan en drink er een thee bij. En zoals in elk café hebben zij hier ook een stempel voor in mijn boekje.

 Vanaf hier gaat het meestal in dalende lijn en door mooie bossen. Ik moet terugkomen op een eerdere mening dat het hier in Spanje maar niets is. De laatste dagen lopen wij echt door een mooi landschap, tussen bossen en velden en door kleine gezellige dorpjes. San Xulián is er zo eentje, een klein dorpje waar vooral landbouwers wonen, waar de honden slaperig de wacht houden, waar ik weer van die rare bouwwerkjes zie waarvan ik nog niet weet waarvoor zij dienen, met een oud kruis in het midden van het kleine dorpsplein, met de onvermijdelijke kastanjelaar, met een mooi klein Romaans kerkje temidden van de graven op het kerkhof, en waar de geur van de buiten (of zeg maar gewoon: koeienmest) de bovenhand haalt. Heerlijk!





















Vandaag waren het trouwens geen schapen op de weg maar een kudde koeien die naar de weide worden gebracht. Gelukkig blijven alle sluizen dicht tot ik voorbij de kudde ben.












 Ter hoogte van O Coto geeft een grenssteen de overgang aan van de provincie Lugo naar A Coruña. Vanaf hier hebben de klometerpalen een gele schelp.

















 Even voorbij O Coto stap ik over een oud Romaans bruggetje over de Rio Seco (dat eigenlijk maar een beek is).










 En dan gaat het verder naar Melide op een breed voetpad langs de N-547. Net voor Melide weer via zo'n oude brug , kom ik in Furelos, waar men zich opmaakt voor een groot feest vandaag.































Rond de middag kom ik aan in de stad en check in in de nieuwe (2013) Albergue Pereiro (10€). De herberg heeft 43 plaatsen in 4 kamers. Nieuw, dus ik hoef niet te zeggen dat alles heel mooi en verzorgd is, kleine zitruimte en keuken incluis.















 Melude is gekend om haar pulpo en dat ga ik dan maar meteen eten. Op de foto zie je allicht wat het is, bij twijfel, het is octopus, en heel lekker. Ik drink er een glaasje witte wijn, Albariño bij.



Als toemaatje trakteer ik mezelf nog op een bordje pimentes, groene pepertjes in olijfolie gesauteerd en met Fleur de sel afgewerkt. Heerlijk!!
En zo zit de dag er weer op. Straks nog wat inkopen doen voor morgen en nu nog even siësta. Heerlijk!!!